Marc Márquez en Francesco Bagnaia werken voorlopig goed samen bij Ducati, en de Spaanse coureur verwacht dat hun verstandhouding in 2025 ook buiten de baan intact blijft.
Na elf jaar bij Honda en een seizoen bij Gresini Racing heeft Márquez eindelijk zijn felbegeerde plek bij het fabrieksteam van Ducati bemachtigd. Daarmee wordt hij de teamgenoot van regerend wereldkampioen Bagnaia, wat een explosieve dynamiek zou kunnen opleveren. Toch maakt Márquez zich geen zorgen over mogelijke spanningen, zo vertelde hij in de Spaanse tv-show El Hormiguero.
“We zijn volwassen genoeg”
Volgens Márquez speelt leeftijd en ervaring een grote rol in hun professionele relatie. “Als je twee jonge rijders van 22 en 25 samenbrengt, dan is dat vragen om problemen. Maar hij is 27 en ik ben 32, dus we gaan er op een volwassen manier mee om,” legt hij uit.
Tijdens het voorseizoen hebben de twee al intensief samengewerkt om de Ducati zo competitief mogelijk te maken. Toch is Márquez zich ervan bewust dat zodra de lichten doven, het ieder voor zich is. “Op de baan telt alleen je eigen prestatie. Maar daarbuiten weet ik nu wat het verschil is. Toen ik 20 was, zag ik dat anders. Toen voelde elke race als een kwestie van leven of dood.”
Hij heeft veel respect voor Bagnaia’s aanpak.
“Pecco is een gentleman. Hij blijft altijd kalm en verheft nooit zijn stem. Maar zodra we racen, is hij een vechter. Als hij zijn motor ertussen moet zetten, doet hij dat zonder twijfel.”
Een risicovolle, maar noodzakelijke stap
Márquez’ overstap naar Ducati kwam niet zonder risico. Na jarenlang trouw te zijn geweest aan Honda, nam hij eind 2023 een moeilijke beslissing om het merk te verlaten. “Het ging niet om geld, maar om mijn eigen toekomst. Ik moest egoïstisch zijn en kiezen voor wat het beste was voor mijn carrière,” blikt hij terug.
Zijn seizoen bij Gresini was bedoeld als een investering, maar bracht ook onzekerheid met zich mee.
“Ik wist dat er aan het einde van het jaar veel contracten afliepen. Als ik bij Gresini goed zou presteren, zou er een kans komen op een fabrieksteam. Maar je moet jezelf durven blootstellen. Dat is geen falen – falen is juist als je het niet eens probeert.”
Die aanpak heeft zich nu uitbetaald. “Ik heb het geprobeerd, ik heb gepresteerd en nu rijd ik voor het beste team met de beste motor. Of ik opnieuw kampioen word? Dat ligt nu volledig in mijn eigen handen.”
